Getijdenboeken bevatten de gebeden, psalmen en andere teksten die katholieke leken op vaste tijdstippen (‘getijden’) opzeggen. Aan het eind van de middeleeuwen zijn getijdenboeken in brede kring heel populair. Versierde getijdenboeken zijn een teken van rijkdom, want de productie ervan is kostbaar. Ieder exemplaar moet met de hand overgeschreven worden op duur perkament. Mooi versierde exemplaren worden ware statussymbolen.
Op grond van de genoemde heiligen in dit gebedenboek kan geconcludeerd worden dat het uit Utrecht stamt. De heiligenkalender van het bisdom Utrecht bevatte onder anderen de heiligen Sint Maarten, Lebuïnus en Willibrord.
Het was de gewoonte dat plaatselijke heiligen in rood werden geschreven en de anderen in zwart.
De afbeelding toont ons Christus met vijf wonden. Hij draagt een rode mantel en een kruisnimbus. Twee schaapjes heeft hij op zijn arm en twee zijn er aan weerszijden. Onder de prent staat de tekst: “Ihesus salvator seculi” (Jezus redder van de wereld).