Informatie Download
Toon Koehorst 1981 Oldenzaal (Nederland) -

Veehouderij Havermans, Moerdijk 2018

Het grootste goed van de boer is de bodem. Want zonder een voedingsrijke bodem groeien er geen gewassen en is er dus ook geen eten. De verbondenheid van de boer met de bodem wordt ook in de 21ste eeuw nog vaak voorgesteld als een symbiotische verbintenis, waarbij de boer één is met de natuur. Maar de Nederlandse landbouw is vandaag de dag zeer gemechaniseerd en de boer kan niet meer zonder geavanceerde machines en computerprogramma’s. Toon Koehorst (1981) is gefascineerd door deze toenemende rol van de technologie en toont in zijn fotoserie Substraat de productiesystemen die in Nederland rond de bodem zijn opgetuigd.

Silicon Valley van de landbouw
Koehorst richtte zich voor deze serie op verschillende onderdelen van de landbouw. Zo observeerde hij dat planten in de glastuinbouw niet meer in de volle grond worden gekweekt, maar in substraat. Dit is een kunstmatige bodem – bijvoorbeeld van steenwol – waarin voedingsstoffen precies ingebracht kunnen worden, waardoor de productie ongekend hoog is. Nederland speelt internationaal een leidende rol in deze ontwikkelingen en staat dan ook niet voor niets bekend als het Silicon Valley van de landbouw.

Optimalisatie
Om deze optimalisatie mogelijk te maken zijn er rondom het kweekproces uitgebreide systemen opgetuigd die bemesting, bewatering en temperatuur nauwkeurig monitoren. In de reguliere landbouw is deze op optimalisatie gerichte benadering minder zichtbaar, maar tegelijkertijd net zo aanwezig. Gewassen worden in monoculturen geplant en akkers zijn door ruilverkaveling en lage waterstand ingericht op trekkers. Door te ploegen, spuiten en verrijken met kunstmest wordt de grond gereed gemaakt voor een optimale opbrengst.

Substraat-denken
Dit ‘substraat-denken’ staat ver van een romantische notie van verbondenheid met de bodem. De bodem is een wingewest en de boer wordt steeds meer een industriële producent. Toch maakt een gecultiveerde verbondenheid met het land en de natuur een groot deel uit van de identiteit van de boer. Met de serie ‘Substraat’ wijst Koehorst op de discrepantie tussen deze beeldvorming rondom de boer en de hoogtechnologische realiteit van het boerenbedrijf. Tegelijkertijd zijn de uitgekiende en bij vlagen surreële foto’s een ode aan de inventiviteit van de Nederlandse industriële landbouw.

In het kader van de manifestatie ‘Van wie is het (platte)land?’ heeft Rijksmuseum Twenthe zes foto’s aangekocht uit de serie ‘Substraat’.