Dit is een allegorische voorstelling ter gelegenheid van het huwelijk van, zo staat het vermeld op het ovale medaillon in het midden, A. Daane en M.G. Bouwmeester op 5 februari 1809. De prent bevat tal van symbolen wijzend op geloof, liefde, vruchtbaarheid, geluk en tegenslag en vergankelijkheid. Een jongeman met een brandende fakkel en een olijftak draagt een met bloemen opgesmukt juk en is aan zijn voeten geketend. Naast hem staat het Geloof. Zij vertrapt onder haar voeten enige figuren die rampspoed en jaloezie symboliseren. Een oude man kijkt op naar ‘Vadertje Tijd’, die een nog onbeschreven blad toont. Op de grond zit Caritas met naast haar een leeuw en een lam. In de lucht een groep putti, twee handen die ringen vasthouden, twee duiven en een banier met een tekst over de heilige aard van het huwelijk.