Willem van Mieris is een telg uit een befaamde schildersfamilie uit Leiden. Hij zet de 17de-eeuwse Leidse fijnschildertraditie, die wordt gekenmerkt door een uiterst precieze en gladde schildertechniek, voort in de 18de eeuw. Hoewel hij vooral bekend is om zijn genrevoorstellingen met taferelen uit het dagelijks leven, heeft hij ook een groot aantal historiestukken op klein formaat op zijn naam staan.
De historieschilderkunst, die Bijbelse, mythologische en historische voorstellingen als onderwerp heeft, wordt in die tijd door kunsttheoretici als een ‘hoger’ genre beschouwd dan het alledaagse genrestuk of stilleven. In het schilderij Diana en haar nimfen is een scène weergegeven uit een mythologische vertelling over Diana, de Romeinse godin van de jacht. Diana is te herkennen aan de boog die ze losjes in haar hand houdt en aan de pijlenkoker naast haar. Te zien is hoe Diana na de jacht is neergestreken bij een beekje en met haar tenen de temperatuur van het water peilt, alvorens een bad te nemen.
In de tijd van Van Mieris wordt Diana vooral geassocieerd met elegantie en kuisheid. Het enige gezelschap dat ze in haar omgeving duldt zijn haar nimfen. In deze voorstelling zijn de halfontklede begeleidsters druk in de weer met het opbergen van een pijlenkoker en het uittrekken van Diana’s sandalen. Eén nimf op de achtergrond heeft echter haar kleding nog aan en valt daardoor enigszins uit de toon. Het is Kallisto, die is bezwangerd door de als Diana vermomde god Zeus en uit schaamte haar zwangerschap probeert te verbergen.