Pieter Stockmans is al vijftig jaar een referentie op het vlak van porseleinen serviesgoed en kunstwerken. Hij heeft al heel wat jaren ervaring met het materiaal en vervaardigd alleen met de hand gemaakte topproducten meestal in wit en het beroemde Stockmansblauw. Die kleur kun je het best omschrijven als het blauw van een Belgische zomerhemel, een tint die Piet ontdekte toen hij aan het experimenteren was met kleuren. Bij een temperatuur van 1.410 °C verbranden bijna alle warme tinten, van de koude is blauw de enige primaire kleur. Het blauw geeft het maagdelijke wit van het porselein een nieuwe, rijkere dimensie.
Zijn verdienste ligt vooral in zijn installaties met porselein. Cultuurproducten die als voltooid worden voorgesteld, komen neer op een bedrieglijk verbergen van gaten, leemten en breuken. Nog voor deze gedachte van de postmodernisten gemeengoed werd, heeft Stockmans ons al leren leven met kunstwerken in scherven, symbolen voor de fragmentering van onze wereldbeelden. ‘Scherven brengen geluk’ zou een volkse interpretatie van dit soort werk kunnen zijn. Filosofisch gaat het echter gepaard met het verdacht maken van dat wat rimpelloos en volledig is. Het gebrokene wordt niet gedeclasseerd. Totalen bleken vlug totalitair. Vanuit een esthetiek van de ruïne reveleert hij een bezinning over de fundamentele verbrokkeling van het bestaan. Gehelen en eenheden zijn constructies van de menselijke behoeften aan houvasten. Gelijktijdig blijkt alles vergankelijk. Behalve dit zeer filosofische thema is het werk van Piet Stockmans een reflectie op de keramische kunst zelf. Alle elementen van het klei-zijn en het keramiek of porselein worden komen aan bod.