Deze prent is door Pieter Bodart (geboren 1676/77 te Utrecht) “in’ t Koper gebragt”. Het is een tekening van Gerard Hoet voor het werk “De voornaamste gronden der tekenkonst, ten nutte der leergierigen voorgestelt door den konstryken schilder Gerard Hoet …….” uit 1723. Het boek bevat een verhandeling over de maten van het menselijk lichaam en zeker 150 figuurstudies.
Bij dit Feestmaal op de Olympus zien we de oppergoden Jupiter en Juno, met kroon, achter de tafel. Een aantal andere aanwezige goden zijn te herkennen aan hun attributen. Links zit Venus met Amor op haar schoot. Naast haar Vulcanus met een hamer in zijn hand. Achter hen Minerva; herkenbaar aan de wapenrusting. Hercules, met knots en leeuwenvel, zien we op de rug. Hij heft zijn glas. Achter Jupiter is nog net Mercurius met zijn gevleugelde helm (petasus) zichtbaar. Rechts op de voorgrond zit Bacchus, zoon van Jupiter en god van de wijn, met naast hem een satyr met de kenmerkende bokkenpoten.